Harvard Executive Programme over het opschalen van programma’s gericht op jonge kinderen

Aantonen dat een project goed is voor jonge kinderen is één ding. Datzelfde project opschalen om hiermee miljoenen kinderen te bereiken betekent weer hele andere uitdagingen. Samen met de John F. Kennedy School of Government van Harvard University (HKS) heeft de Foundation een cursus van één week opgezet speciaal voor mensen die betrokken zijn bij het opschalen van programma’s voor jonge kinderen.

De uitdagingen van opschalen

Het programma richt zich niet op de vroege kindertijd an sich, maar op leiderschap, strategisch denken en andere vaardigheden die nodig zijn om programma’s gericht op jonge kinderen op te schalen.

Wanneer een model van diensten voor kinderen en families in een proefproject of in een klein gebied werkt, betekent dat nog niet dat zoiets ook op een grotere schaal functioneert. Tot de uitdagingen behoren het opleiden van personeel; het aanpassen aan een nieuwe context en aan bevolkingen die andere noden of andere verwachtingen hebben; het behouden van een vast kwaliteitsniveau; het vinden van aansluitingen en voorkomen van overlappingen met bestaande grootschalige diensten; het verkrijgen van politieke steun en voldoende vraag om te verzekeren dat het programma houdbaar is.

Een cursus voor professionals

De Foundation heeft de John F. Kennedy School of Government van de universiteit Harvard gesteund bij het ontwikkelen van een opleidingsprogramma van één week voor leidinggevenden. De cursus is bedoeld voor teams van hoge regeringsfunctionarissen, leiders uit het bedrijfsleven en ngo’s, onderzoekers en medewerkers van stichtingen van over de hele wereld die bezig zijn met het uitzoeken en opschalen van bestaande initiatieven gericht op de ontwikkeling van jonge kinderen. De opleiding werd ontwikkeld door vooraanstaande medewerkers van de Kennedy School en wordt onderwezen door Harvard docenten. De teams die deelnemen ontvangen ook in de maanden en jaren na deelname aan de cursus nog ondersteuning. De opleiding zal gedurende vijf opeenvolgende jaren worden aangeboden.

In april 2018 hebben we het programma voor de derde keer georganiseerd, met zeven landen teams met in totaal vierenveertig deelnemers. Daaronder bevinden zich de volgende teams. Eén uit Jordanië dat wil onderzoeken hoe het huisbezoekprogramma van het IRC en Sesame Workshop op schaal kan worden toegepast. Een team uit Bangladesh dat werkt aan een strategie om de ‘1000 dagen’ benadering voor de ontwikkeling in de vroege kindertijd op te schalen. Uit Ecuador komt ook een team dat zich richt op de vraag hoe verschillende interventies bij de ontwikkeling van jonge kinderen (voeding, zorg, ouderschap) te integreren in regeringsbeleid. Alle teams zullen het komend jaar blijven werken aan het implementeren van hun schalingsstrategieën. De Foundation houdt nauw contact met ze om geleerde lessen op te doen en om verdere begeleiding en ondersteuning waar nodig te geven tijdens het schalingsproces.

Waarom we hieraan begonnen - gebaseerd op successen in Brazilië

Het programma volgt op het succes van een vergelijkbaar initiatief dat geleid werd door de Maria Cecilia Souto Vidigal Foundation en de Harvard Center on the Developing Child en dat gefinancierd werd door de Bernard van Leer Foundation. In die cursus werden 125 Braziliaanse leidinggevenden uit de publieke en private sector opgeleid om de wetenschap achter de ontwikkeling in de vroege kindertijd beter te begrijpen.

Onder hen waren leden van het Federale Huis van Afgevaardigden en de Senaat en van verschillende politieke partijen. Samen ontwierpen ze een nieuwe wet om ontwikkeling in de vroege kindertijd te ondersteunen, de Marco Legal da Primeira Infância. Twee van de cursusdeelnemers werden niet lang daarna burgemeesters, in Boa Vista en Arapiraca, en begonnen in die gemeenten een beleid te voeren ten goede van jonge kinderen. Een Braziliaanse deelnemer aan de cursus van 2017 zei:

“Naast de kennis die we opdeden, werd dankzij de cursus de overeenstemming tussen de coördinatoren uit de verschillende staten verbeterd op het gebied van concepten en programma’s. De groep is nu hechter en reageert beter op de eisen van het implementeren van het programma.”